Naar inhoud springen

Parapsicephalus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Parapsicephalus
Status: Uitgestorven
Fossiel voorkomen: Vroeg-Jura
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Reptilia (Reptielen)
Orde:Pterosauria
Familie:Rhamphorhynchidae
Geslacht
Parapsicephalus
Arthaber, 1919
Typesoort
Scaphognathus purdoni
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

Parapsicephalus is een geslacht van uitgestorven pterosauriërs dat in het Vroeg-Jura leefde in het gebied van het huidige Engeland. De enige benoemde soort is Parapsicephalus purdoni.

Vondst en naamgeving

[bewerken | brontekst bewerken]

In de jaren tachtig van de negentiende eeuw vond dominee D. W. Purdon in de Alum Shale bij Loftus in Yorkshire, in de buurt van Staithes en Whitby, een laag leisteen uit het Toarcien, een stuk schedel van een pterosauriër. Het werd in 1887 uitgeleend aan Edwin Tulley Newton. Deze prepareerde het fossiel van de herfst van 1887 af. In 1888 benoemde hij het als een soort van Scaphognathus: S. purdoni. De soortaanduiding eert de vinder. Het holotype kwam terecht in de collectie van de British Geological Survey (BGS) te Keyworth, Nottinghamshire, met als inventarisnummer GSM 3166.

In 1919 benoemde Gustav von Arthaber een apart geslacht: Parapsicephalus, 'dubbel gewelfde kop' in het Klassiek Grieks, een verwijzing naar de preparatie door Newton die ook de hersenpan blootgelegd had. Formeel blijft Scaphognathus purdoni hiervan de typesoort met als nieuwe combinatienaam Parapsicephalus purdoni.

In 2003 beweerde David Unwin dat de soort bij Dorygnathus hoorde als een D. purdoni. Dat wordt tegenwoordig algemeen afgewezen.

In 2013 werd een schoudergordel met opperarmbeen beschreven dat mogelijk aan Parapsicephalus behoorde. Dat kan echter niet bewezen worden omdat er geen overlappend materiaal is. Het betreft een duidelijk groter exemplaar.

In 2017 werd het fossiel opnieuw beschreven. Daarbij werd een schedel in 1994 gevonden bij Altdorf gemeld die veel overeenkomsten toont met het holotype. De schedel is in particuliere hand en werd daarom niet beschreven. De eigenaar zegde toe dat hij het stuk aan een Brits museum zou nalaten.

Grootte en onderscheidende kenmerken

[bewerken | brontekst bewerken]

De vleugelspanwijdte van het dier is geschat op ruim een meter.

Von Arthaber gaf een aantal verschillen aan met Scaphognathus. De bovenrand van de schedel is gewelfd. De neusgaten zijn langwerpig. De fenestra antorbitalis is groot. De oogkas is groot. De prefrontalia zijn langwerpig. Er staan zeven tanden in het bovenkaaksbeen. Het lichaam van het jukbeen onder de oogkas is hoog.

Diagram van de schedel

In 2017 werd een combinatie van onderscheidende kenmerken gegeven. De bovenrand van de schedel is bol, deze een geleidelijk hellend profiel gevend in zijaanzicht. Het jukbeen beslaat minstens 30% van de verticale hoogte van de schedel. De opgaande takken van het jukbeen maken een hoek van 45° met elkaar. De ploegschaarbeenderen beslaan tussen de choanae, de interne neusgaten, 32% van de lengte van het pterygoïde. De ploegschaarbeenderen hebben een lengte gelijk aan 60% van de lengte van de vomerale tak van het pterygoïde. De vomerale tak van het pterygoïde beslaat 53% van de lengte van dit element.

Een afgietsel van het fossiel van Parapsicephalus purdoni, hier van bovenaf bekeken

Bij de preparatie verwijderde Newton per ongeluk het wandbeen aan de linkerbovenkant van de schedel. Daarbinnen bevond zich, zoals hij al van onderen had kunnen waarnemen, een natuurlijk afgietsel van de herseninhoud, zodat bij een helft de structuur van de hersenen zichtbaar werd. Het bleek dat die wat betreft de proporties meer op die van vogels dan reptielen leken. De hersenen waren vijfentwintig millimeter lang. Het voorste brein was bol uitgegroeid, evenals de lobi optici, de kleine hersenen en de flocculi die tijdens de vlucht het evenwicht controleren. De reuklobben waren echter erg klein. De relatieve grootte van de hersenen lag tussen die van vogels en reptielen in. Later zijn er nog andere natuurlijke afgietsels van pterosauriërhersenen gevonden maar dit was het eerste.

Het schedelfragment was verder vrij langgerekt, liep vooraan tot voorbij de neusgaten, was van boven bol en had een lengte van veertien centimeter. De oogkassen lagen hoog en waren enigszins driehoekig van vorm. De neusgaten waren groot en langgerekt. Het os quadratum liep tamelijk steil omhoog. De fenestra antorbitalis was de grootste schedelopening. Het slaapvenster was groot en afgerond. Er was een brede middenopening in het verhemelte; de ploegschaarbeenderen (vomeres) waren lang en smal.

Von Arthaber zag het geslacht als verwant aan Dimorphodon. Traditioneel werd Parapsicephalus daarna meestal ondergebracht bij de Rhamphorhynchidae; tegenwoordig is zijn status en positie omstreden. Sommigen zien hem weer als een lid van de Dimorphodontidae maar in 2017 concludeerde men toch dat het om een rhamphorhynchide ging.